|
Terug van eigenlijk nooit weggeweest Interview uit P-magazine Nummer 14 - 4 april 2006
|
|
U hebt de voorbije jaren wel in veel in het verre buitenland gewerkt. Bent u het Belgisch voetbal blijven volgen? "Zeker. Omdat het Belgisch voetbal nu eenmaal totaal verschilt van het Nederlandse. Het is nooit saai, ik haal er altijd wel nieuwe dingen uit die ik in andere landen niet kan terugvinden. In Nederland willen ze wel eens overdrijven met zaken als het positiespel, de bal rondspelen, het inschakelen van de doelman... Het Belgisch voetbal leunt meer tegen het Engelse aan: bij jullie is het altijd een strijd. Het lijkt wel of de belangen bij jullie tienmaal groter zijn dan in Nederland, zelfs in de lagere afdelingen." Bij veel zogenaamde kenners staat de Nederlandse competitie nochtans hoger aangeschreven dan de Belgische. (gaat onverstoord verder) "Neem nu de toppers: die zijn in Nederland niet boeiender dan bij jullie, hoor. Ik heb zowel Club Brugge-Standard als Ajax-PSV live gezien en zag geen verschil: ze waren allebei niet om aan te gluren. Als het Nederlandse voetbal hoger wordt aangeschreven, heeft dat meer te maken met het tactisch niveau en vooral de opleiding. Op die vlakken heeft Nederland inderdaad een mijlen voorsprong op België. Nederlandse spelers zijn gewoon veel beter opgeleid. Als Thomas Vermaelen en Thomas Buffel al op jonge leeftijd meekunnen met de Europese top, hebben ze dat volledig te danken aan het feit dat ze op zeer jonge leeftijd in Nederland zijn beland en hier hun opleiding genoten hebben. Dat is meteen ook de reden waarom andere Belgen als Soetaers en Sonck hier mislukt zijn: ze zijn hier toegekomen met een Belgische opleiding in hun benen en die schiet gewoon tekort." Eigenlijk zegt u: talentvolle Belgische jongeren die het willen maken gaan maar zo snel mogelijk in Nederland voetballen. De Belgische clubs zullen dat graag horen! "Toch is het zo: voor je opleiding kan je nergens beter zijn dan in Nederland. Waarom denk je dat Nederlandse voetballers tegenwoordig zo erg in trek zijn bij Duitse clubs? De internationals Rafaël van der Vaart, Khalid Bouhlarouz en Nigel de Jong bij Hamburg, bij clubs als Wolfburg de kleinere garnalen zoals Tom van der Leegte, Rick Hoogendorp en Kevin Hofland: ze zijn allemaal vedettes bij hun team omdat ze net dat ietsje meer hebben dan hun Duitse en Belgische ploegmaats. En dat danken ze aan hun opleiding en hun daaruit voortspruitende basistechniek en tactische voorsprong. "De beste combinatie is een mengeling van Belgische en Hollandse spelers, dat zei ik destijds ook al toen ik in België kwam werken. Mijn successen bij KV Mechelen en Anderlecht zijn er destijds dan ook gekomen dankzij die mix." Gaat die vlieger nog steeds op? "Absoluut. Al zou dat moeilijk worden, want de situatie is nu omgedraaid: er spelen nauwelijks nog Nederlanders in België en de Belgen trekken massaal naar Nederland omdat daar meer te verdienen valt." U hebt destijds bij KV Mechelen als het ware een succesteam bij mekaar gekocht. In Engeland doet sinds twee jaar ook Chelsea dat, zij het op een iets hoger en duurder niveau. Het bewijs dat succes wel degelijk te koop is? (knikt droogjes) "Ja." Europees heeft Chelsea nochtans nog maar weinig potten kunnen breken. Het bewijs dat onoverwinnelijkheid niet te koop is? (kalm) "Dat kan wél als je een stevig blok kan neerzetten en aanvullen met wereldspelers die ook op het allerhoogste niveau het verschil kunnen maken. Chelsea heeft in ieder geval nood aan twee nieuwe vleugelverdedigers die ook aanvallend iets aan de ploeg kunnen bijbrengen, want dat is in het moderne voetbal onontbeerlijk. En voorts moeten er vooraan spelers bij komen die echt het verschil kunnen maken met individuele acties. Arjen Robben is zo'n speler, maar die is veel geblesseerd. Bij Barcelona hebben ze er wel een aantal van dat kaliber rondlopen: Ronaldinho uiteraard, maar ook Eto'o, Messi... "Je ziet het steeds meer in het huidige voetbal: ploegen die achteraan een blok van zes spelers neerzetten en dan voorin hopen op een aantal toppers die ook op een slechte dag met een individuele actie het verschil kunnen maken. De ideale ploeg is in dat opzicht natuurlijk Brazilië, met achtereen een stevig blok en vooraan een weelde aan wereldtoppers als Ronaldinho, Ronaldo, Robinho, Adriano. Die kunnen altijd en overal acties en goals maken: daar dróóm je van als coach. Die trend zal zich ook vertalen naar het Europees voetbal: wie een speler als Ronaldinho in de rangen telt, maakt veel kans om in de prijzen te vallen." Wat is de inbreng van Frank Rijkaard bij Barcelona? Heeft hij het daar eigenlijk wel voor het zeggen of stelt Johan Cruijff achter de coulissen de ploeg op, zoals wordt gefluisterd? "Nee, nee. Cruijff is wel goed bevriend met Barça-voorzitter Laporta, die lang zijn persoonlijke advocaat was, denkt in grote lijnen mee met de club en zal als hij daarom gevraagd wordt zeker advies geven, maar gaat zich zeker niet moeien in de kleedkamer." Ik vind het niettemin vreemd dat hij plots als toptrainer wordt omschreven, terwijl hij eerder zowel bij Oranje als Sparta door de mand viel. Of kán je met zo'n wereldtoppers in je ploeg gewoon niet mislukken als trainer? "De kwaliteiten van Frank Rijkaard als coach passen waarschijnlijk beter bij een topclub dan bij een – met alle respect – kleine ploeg als Sparta (Rijkaard nam na een seizoen bij de tweede club uit Rotterdam in 2002 ontslag; red.). Ik kan me immers best voorstellen dat de Sparta-spelers niet altijd begrepen wat Rijkaard van hen verlangde. Dat komt omdat hij als speler aan de absolute top gespeeld heeft. Daarom zeg ik tegen oud-spelers van me die trainer willen worden of jonge collega's ook altijd dat ze moeten proberen zo hoog mogelijk te beginnen. Want ook bij een derdeklasser, een provincialer of zelfs een jeugdteam worden resultaten verwacht en als ze je als trainer dan niet begrijpen..."
De hand van super-Guus
U hebt altijd gezegd dat u ervan droomde om ooit bondscoach te worden. Was uw laatste job als trainer als bondscoach van de Verenigde Arabische Emiraten die droom die uitkwam? "Ik blijf erbij dat ze daar enorm veel kwaliteiten hebben, maar ik had nooit gedacht dat het zo moeilijk werken zou zijn. Ik ging ervan uit dat elke voetballer graag voor zijn land wil spelen, maar daar valt ginder totaal geen eer mee te rapen. Bovendien worden de twaalf à veertien clubs in de Emiraten allemaal geleid worden door een sjeik, die enkel zijn eigen club beschermt en totaal geen interesse heeft in de nationale ploeg. Zo gebeurde het regelmatig dat ik een speler niet mocht selecteren omdat hij dan wel eens geblesseerd zou kunnen geraken of dat een speler aan de vooravond van een interland door zijn eigen club werd gevraagd zich niet te veel uit te sloven opdat hij fit aan de volgende competitiewedstrijd zou kunnen beginnen. Dat komt natuurlijk omdat die sjeiks allemaal schatrijk zijn en hun club als hun persoonlijk speeltje zien. Tegen de ploeg van een andere sjeik winnen: dát is wél belangrijk, maar van een deelname aan het WK liggen ze hoegenaamd niet wakker, hoor. Dat is best frustrerend voor een bondscoach, dan moet ik je niet vertellen." Nochtans was u eerder ook al trainer geweest van Al Hilal in Saoedi-Arabië en had u nadat u vertrokken was gezegd: "Ik kom terug, want hier ligt de voetbaltoekomst." (beslist) "Daar ben ik nog altijd van overtuigd. Ik heb de nationale ploeg van Saoedi-Arabië tegen Portugal (0-3; red.) aan het werk gezien en ik kan je vertellen dat de Rode Duivels hun borst mogen natmaken als ze op 11 mei in Nederland tegen deze ploeg aantreden! De Saoediërs waren immers ruim een uur de baas tegen het grote Portugal en dat was geen toeval, geloof me. Ze hebben zeer goede voetballers en gaan de voetbalwereld nog verbazen, let op mijn woorden." Van een voetbaltraditie is daar toch geen sprake? "Daar ben ik het niet mee eens. De voorbije tien jaar zijn er heel wat buitenlandse toptrainers in het Midden-oosten aan het werk geweest, zoals de Brazilianen Mario Zagallo en Carlos Alberto Parreira (de huidige bondscoach van Brazilië; red.) of de Portugees Arthur Jorge en dat heeft hen geen windeieren gelegd. Bovendien mag je niet vergeten dat het voetbal daar voor veel mensen de enige uitweg uit de armoede is. Want het beeld dat hier leeft dat die in die golfstaten alleen maar superrijke oliesjeiks wonen, klopt niet, hoor. Ik heb er meer dan eens mensen langs de weg in de goot zien liggen. Maar dat heeft voor een generatie spelers gezorgd die lichamelijk sterker zijn dan de doorsnee Europese speler en technisch bijzonder vaardig zijn door een combinatie van Afrikaanse en Braziliaanse techniek. Het enige dat ze missen is de scholing om 95 minuten gedisciplineerd te blijven voetballen. Dat is er bijzonder moeilijk in te krijgen. Maar dat ze ginds wel degelijk een voetbaltraditie hebben, blijkt uit de vele wedstrijdjes die spontaan in de woestijn of op straatpleintjes georganiseerd worden. Ik ging soms wel eens kijken naar straatvoetbal in de buurt van grote kruispunten, waar ze in het donker konden profiteren van de felle straatverlichting. Nou, da's toch mooi? Zoiets zie je toch alleen maar in landen waar het voetbal leeft?" Wil dat ook zeggen dat u begrip kan opbrengen voor de poentransfer van Emile Mpenza? Die beweert ook dat het voetbal in Qatar meer leeft dan wij hier veronderstellen. "Het is in elk geval niet zo dat Mpenza daar op zijn dooie gemakje dertig goals per seizoen gaat maken. Al was het maar om dat hij daar ook tegenover verdedigers van wereldklasse als Frank de Boer en Marcel Desailly komt te staan. Misschien heeft de Belgische pers dus inderdaad een verkeerd beeld over de kwaliteit van het voetbal in Qatar, maar je mag ook niet vergeten dat Mpenza bij Hamburg volledig op een zijspoor beland was. Hij moést echt weg bij HSV en dan is de verleiding te groot om niet op zo'n lucratief aanbod uit Qatar in te gaan, denk ik." Misschien schatten wij Mpenza als spits ook gewoon te hoog in en kan hij niet helemaal niet mee in de Europese topcompetities? (snel) "Dat zou best wel eens kunnen, ja." Betreurt u het zich niet eens te meer dat u zich niet met de Verenigde Arabisch Emiraten hebt kunnen kwalificeren voor het WK nu u weet dat er met Van Basten, Beenhakker (Trinidad en Tobago), Hiddink (Australië) en Advokaat (Zuid-Korea) maar liefst vier Nederlandse bonscoaches in Duitsland op de bank komen te zitten? "Ik had daar inderdaad graag bij geweest." Wie van uw landgenoten gaat het meeste succes oogsten, denkt u? "Het is duidelijk dat Van Basten het meest onder druk staat, want het is nog altijd zo dat de Nederlanders er nog voor het WK op gang gefloten is al vanuit gaan dat ze wereldkampioen gaan worden." Hebben jullie dat dan nog altijd niet afgeleerd? "Het is tegenwoordig zelfs nog erger dan vroeger! Dat idee wordt hier nu eenmaal kermisachtig opgeklopt door de media, die weken aan een stuk alleen de successen van vroeger oprakelen, zodat de man in de straat uiteindelijk weer gaat geloven dat Oranje de beste ploeg van de wereld is. Wat ze bij er echter niet bij vertellen, is dat de meeste van die successen tegen Janneke en Mieke behaald werden. Nederland zit in de groep des doods zit met kleppers als Servië-Montenegro, Ivoorkust en Argentinië, maar ook dat wordt geminimaliseerd: een Afrikaanse ploeg is per definitie een voetbaldwerg, tegen Servië en Montenegro hebben we op Euro 2000 met 6-1 gewonnen dus dat wordt ook nu ongetwijfeld weer een makkie en omdat we Argentinië pas als laatste ontmoeten en de klus dan wellicht al geklaard is, hoeven we ons daar ook al geen zorgen over te maken. (zucht) Nou, zo is het natuurlijk niét. "Maar goed, naast Van Basten staat natuurlijk ook Dick Advokaat onder redelijk wat druk, vermits hij met Zuid-Korea de successen van Guus Hiddink moet proberen te evenaren. Maar hij heeft dan weer het voordeel dat de competitie daar nu al stilligt – kan je je dat voorstellen? - en de nationale ploeg al volop met de voorbereiding op het WK bezig is. Bovendien hebben de Koreanen wél een groot eergevoel en dat zorgt altijd voor een extra stimulans." Wat moeten we verwachten van het Australië van wondertrainer Guus Hiddink? "Wel, ik moet zeggen dat die ploeg me echt verrast heeft door zich te kwalificeren. De amateurs die ik aan het werk gezien heb op de Confederations Cup waren plots superprofessionals geworden tijdens die laatste twee barragewedstrijden tegen Uruguay." De hand van super-Guus? "Ongetwijfeld. Een sterk staaltje management, me dunkt. Afwachten of hij z'n spelers opnieuw mee op sleeptouw krijgt op het WK, maar ik denk niet dat hij nu nog veel verkeerd kan doen voor de Aussies. De Nederlandse bondscoach die op het WK tot slot het minst last van stress zal hebben, is natuurlijk Leo Beenhakker. Die heeft met Trinidad en Tobago echt niks te verliezen en zou als tactisch genie best wel eens voor een stunt kunnen zorgen door grote ploegen pijn te doen." Hiddink is zowat de meest gevraagde trainer van het moment. Is hij echt zo goed of is de Hiddink-hype een beetje overdreven? "Tja, zo werkt het wereldje nu eenmaal. Als je hot bent, heb je de ploegen voor het uitkiezen. Na mijn successen bij KV Mechelen kon ik destijds ook zo vertrekken naar Lazio en Real Madrid, weet je. Omdat ik iets gepresteerd had wat niet voor mogelijk gehouden werd, namelijk met een provinciale ploeg de Europacup winnen. Dat geldt nu ook voor Hiddink na zijn schitterend WK met Zuid-Korea, de verrassende Champions League-campagne met PSV vorig jaar en nu de zowaar nog opmerkelijkere kwalificatie met Australië. Dat is nu eenmaal het leven in de voetballerij: héél opportunistisch." U kon destijds naar Real Madrid en Lazio, maar u koos voor Anderlecht? Hebt u daar nu niet ontzettend veel spijt van? "Nee, hoor. Ik heb toen bewust gekozen voor mijn kinderen, die naar de lagere school gingen in België. Ik was al twee keer verhuisd en woonde er zelf ook graag, dus koos ik voor Anderlecht zodat we niet nog eens hoefden te verhuizen. De rest zien we dan later wel, die kans komt nog wel eens, dacht ik." Niet, dus. U bent misschien niet zo hot als Hiddink, maar uw naam wordt nog wel regelmatig in verband gebracht met allerlei trainersposten. Vorig jaar bent u zo onder meer gesignaleerd als nieuwe bondscoach van Nigeria en... België! "Nigeria klopt, Maar dat ik gepolst ben voor de Rode Duivels is larie. Dat kón ook niet, want van meet af aan is duidelijk gesteld dat die vacature enkel gold voor een Belgische trainer met een Pro License-diploma." Wat als ze u wel gevraagd hadden? "Bondscoach van België: daar zeg ik geen nee tegen. Daarvoor ben ik te zeer geïntegreerd door het Belgisch voetbal en volg ik het al te lang." U hebt altijd gezegd dat Jean-François de Sart de ideale opvolger van Aimé Anthuenis was. Kiezen voor Vandereycken is kiezen voor uiterlijk vertoon, zei u. "Ik blijf erbij dat Vandereycken geen goede bondscoach is als België een stap vooruit wil zetten. Met hem blijf je toch in datzelfde straatje zitten van defensief en conservatief denken. Een voorbeeld: in Nederland loopt er nu met Moussa Dembele een Belgische spits rond die in mijn ogen veel beter is dan Sonck en Pieroni, maar ik vind 'm niet terug in de selectie. (denkt na) Eigenlijk heb ik de Belgische ploeg de voorbije vijftien jaar maar een keer een stap vooruit weten zetten en dat was onder Walter Meeuws. Die was bezig met iets moois op te bouwen, maar heeft daar helaas niet de tijd voor gekregen." Meeuws is als bondscoach door pers en publiek wel genadeloos de grond in geboord. (onverstoord) "Daar kon hij niks aan doen. Als trainer kan je afgemaakt worden, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar hij koos duidelijk de kaart van spelers waar toekomst in zat en daar hou ik wel van." Moet je als bondscoach niet net het tegenovergestelde doen en kiezen voor het resultaat op korte termijn? Want dan lijkt Vandereycken wel de ideale bondscoach: gedisciplineerd, tactisch sterk en perfect in staat op resultaat te spelen. "Natuurlijk moet je je ook proberen te kwalificeren voor de eindronden, maar sluit dat dan verjonging en toekomstgericht denken uit? Met oudere spelers kan je toch ook de boot missen? Ik blijf erbij dat het meer oplevert om een stapje verder te denken. Maar ja, zo'n aanpak vergt natuurlijk durf en moed..." Zeg nu eens concreet hoe u het als bondscoach zou aanpakken? (denkt kort na) "Je moet je ploeg opbouwen rond een aantal peilers. Vermaelen, Kompany, Buffel, Defour en Dembele: dat moeten de belangrijkste spelers worden. Simons? Ook een goeie, dat klopt. Die kan elke speler uit de wedstrijd houden en een belangrijke kapstokfunctie vervullen voor de trainer op het veld. Wie blijft er dan nog over? Daniel Van Buyten, met al zijn beperkingen, want ik vind hem enorm overschat. Maar dan zijn we min of meer rond, denk ik. Die spelers moet je het gevoel geven dat ze de steunpilaren zijn van de ploeg en ze vertrouwen geven. Ik vind het trouwens sowieso fout om veel te sleutelen aan je elftal: er heeft nog geen enkele ploeg prijzen gewonnen door wekelijks met een andere opstelling of tactiek op het veld te verschijnen. Integendeel: het zijn altijd de standvastige teams die in de prijzen vallen. Neem gerust de proef op de som: van de meeste grote ploegen kan je zo de vaste twaalf en het spelsysteem noemen. Dus waarom zou dat niet voor de Rode Duivels zo zijn? Mexico '86 heeft dat trouwens bewezen: wie kent die ploeg tien jaar later niet meer?" Het is niet de eerste keer dat u kritiek hebt op de Rode Duivels. Ik herinner me nog de polemiek die volgde op uw kritiek aan het adres van Guy Thijs op het WK'90 in Italië. U moet toch weten dat zo'n kritiek niet in dank aanvaard wordt door uw collega's? "Ik kan gewoon niet rond de pot draaien. Als jij me iets vraagt, zeg ik mijn gedacht. Dat is een zwak punt van me, dat weet ik. Als ik een betere manager was geweest en mezelf beter had verkocht, stond ik nu waarschijnlijk nog altijd aan de top. Maar ik ben nu eenmaal zo begaan met het voetbal dat ik het niet kan laten. Let wel: ik ga nooit zomaar iets roepen; mijn mening is altijd onderbouwd. Als ik in '90 iets te zeggen had over de Rode Duivels en Columbia, dan was dat omdat ik me in die ploegen verdiept had en verdomd goed wist waarover ik het had." Heeft die rechttoe, rechtaan aanpak u intussen al niet heel wat vijanden opgeleverd in het door ego's met lange tenen bevolkte voetbalwereldje? "Dat valt wel mee, al merk ik soms wel dat ze me uit de weg gaan. Ik val ook nooit iemand persoonlijk aan, hè: als ik het over Vandereycken heb, dan gaat het over zijn aanpak als trainer, niet de persoon." Bestaat er niet zoiets als collegialiteit onder trainers? "Ach, het voetbalmilieu stikt van de vrienden-voor-één-dag. De voetballerij is meer dan ooit een junkhol: je kan niemand vertrouwen en het is ieder voor zich."
U hebt in uw carrière menig klassespeler ontdekt, waarvan Ronaldo zonder twijfel de grootste is. "Een journalist heeft eens een lijstje gemaakt van spelers die ik ontdekt heb of die onder mij groot geworden zijn en berekend hoeveel de clubs op die manier dankzij mij aan transfers verdiend hebben. Ik kan je vertellen dat dit geen habbekrats is. Wie heb ik allemaal niet ontdekt... (zucht) Ronaldo, Frank Rijkaard, Marco Van Basten, maar ook Eli Ohana, Marc Emmers, Lei Clijsters, Bruno Versavel, Nii Lamptey..." Klopt het dat u ook Rivaldo naar PSV wilde halen? "Dat is nog een leuk verhaal. Ik kreeg op een gegeven moment om twaalf uur 's nachts de manager van Ronny Rosenthal, Israel Maos, aan mijn deur. Hij had een videoband voor me van een goede speler, zei hij. Dat was Eli Ohana. Ik ben die twee keer gaan bekijken met de nationale ploeg van Israel en vond hem dusdanig goed dat ik hem meteen aangetrokken heb. Omdat die manager ook gespecialiseerd was in het Braziliaanse voetbal, ben ik nadien samen met hem in Brazilië een aantal wedstrijden gaan bekijken. Ik ben met een lijst van interessante spelers teruggekeerd en de twee die we bij PSV in mijn ogen het meest nodig hadden waren Ronaldo en Rivaldo. Op vergadering bij PSV - we spreken dan ergens oktober '93 - vroeg de toenmalige penningmeester van PSV, de latere voorzitter Harry Van Raaij: 'Hoeveel interlands hebben die jongens al gespeeld?' 'Geen', zei ik, 'maar die gaan er zeker nog wel enkele spelen.' Nou, dat was blijkbaar een probleem, want toen PSV Romario had gekocht, had die wel al een twaalftal caps op zijn naam en hoe moest de club dat in godsnaam gaan verkopen aan de media en de sponsors? Gevolg: de zaak raakte op de lange baan, tot de mensen van PSV in maart een televisiereportage zagen waarin het bestuur Ajax op spelersjacht ging in Brazilië en ze schrik kregen. Ze hebben toen snel Ronaldo gehaald na het WK '94 in Amerika voor negen miljoen dollar, terwijl het voor Rivaldo al te laat was. Ik had in hen nochtans maanden eerder al een speciaal aanvalsduo gezien, zoals ze later ook bewezen hebben toen ze met Brazilië wereldkampioen geworden zijn."
U zei ooit: “In het leven zijn er twee zekerheden: je gaat dood en trainers worden ontslagen”. "De tijd die men coaches in het moderne voetbal gunt, is belachelijk kort. Dat komt natuurlijk doordat er zo veel meer belangen mee gemoeid zijn. Wist je dat er in Nederland ploegen zijn waar de business club geld heeft opgehaald om de trainer te kunnen ontslaan? Een coach die twee, drie keer achter elkaar verliest staat tegenwoordig geheid ter discussie. Maar goed, als trainer groei je daar noodgedwongen in mee, natuurlijk. Je gaat je daar tegen indekken." Door een immense opzegvergoeding in je contract te laten opnemen, bedoelt u? Op dat vlak was u inderdaad een pionier. U hebt er zelfs de bijnaam 'de koning van de ontslagvergoeding' aan overgehouden. "Onterecht, want ik heb in heel mijn carrière nooit een ontslagvergoeding gekregen." Pardon? "Echt waar. Bij de clubs waar ik vroegtijdig ben ontslagen, heb ik gewoon mijn salaris uitbetaald gekregen, meer niet. Sterker nog: ik heb een keer zelfs een vergoeding moeten betálen om weg te kunnen, toen ik van KV Mechelen naar Anderlecht ging. Al heeft Anderlecht die toen wel betaald, hoor." Over Anderlecht gesproken: paarswit heeft net als het Belgisch voetbal sinds uw vertrek veel van zijn pluimen verloren op internationaal vlak. Halen we dat ooit nog op? "Het zit structureel fout. Bij de bond, maar ook bij de jeugdopleiding bij de clubs zelf. Ik geef een voorbeeld: hoe kan het dat iemand als Luc Nilis met zijn internationale ervaring en techniek jeugdtrainer is bij PSV en niet op Neerpede (het jeugdcomplex van Anderlecht; red.) rondloopt? Dát moet je me eens uitleggen! Dat bedoel ik met het ontbreken van organisatie, structuur en visie." Anderlecht lijkt intussen wel als winnaar uit de verrassend spannende titelstrijd te komen. De kampioen van de zwakte, zoals Gunther Schepens het in dit blad eerder omschreef? (knikt) "Inderdaad. Anderlecht kan dan misschien wel kampioen worden, maar wat gaat het volgend jaar op Europees vlak doen? Als je tevreden bent met die titel, mij goed. Maar ik zou dat nooit zijn. Ik wil als kampioen dominant zijn, maar ik heb op een of twee wedstrijden na geen enkele match gezien waarin Anderlecht de baas was. Integendeel: ze zijn al diverse malen compleet overlopen geweest! En dan nog wel door degradatiekandidaten als Lierse en Sint-Truiden! Ik zie ook nergens een hand van de trainer in, nergens een spoor van een toekomstvisie." Wat zou u doen als u morgen aan het roer zou kwam van paars-wit? "Eerst de spelers inventariseren waarmee ik verder wil, waarmee ik vooruit kan. Daar zouden veel jongeren bij zijn die nu niet spelen, maar die ik wel tegen Betis Sevilla aan het werk gezien heb. Verder zou ik al mijn geld in kwaliteit in plaats van kwantiteit investeren door elke linie te versterken met een topper in plaats van een kern van dertig middelmatige spelers. Ik zou daarvoor zeker in Nederland gaan kijken, want daar stikt het nog steeds van het talent. Als AZ zo'n Dembele kan halen, dan moet Anderlecht dat toch ook kunnen? " Bent u nog steeds een garantie voor succes? Hoewel ik dat nooit heb gezegd, is die uitspraak me nog lang blijven achtervolgen. Die woorden zijn me destijds bij mijn overgang naar PSV door een journalist in de mond gelegd. Hij zei dat ik op basis van mijn successen bij Ajax, KV Mechelen en Anderlecht wel een garantie op succes leek, waarop ik heb geantwoord: 'Als je het zo bekijkt wel'." Dankte u die successen als coach aan een ingenieus spelsysteem, zoals de veelbesproken looplijnen van Trond Sollied? Michel Preud'Homme heeft het al eens gezegd: toen Sollied met zijn looplijntheorie op de proppen kwam, had ik die al tien jaar eerder uitgevonden. Ik speelde toen al op training altijd shadow games, een manier waarmee je perfect zaken als positiespel en looplijnen kan aanleren aan spelers die dat niet meegekregen hebben in hun opleiding. En het heeft overal gewerkt, zelfs in Saoedi-Arabië." (hierop neemt de Mos mijn vragenblad, tekent op de blanco achterzijde een tactische spelbord met pionnen en pijlen en legt middels een boeiende bespreking van een kwartier zijn shadow game-theorie uit) Over Michel Preud'Homme gesproken: weet u dat u de laatste coach bent die een Belgisch club naar een Europese titel geleid heeft? "Zou kunnen. Al heeft Meeuws nog wel de finale gehaald met Antwerp tegen Parma, geloof ik." Klopt. Denkt u nog wel eens terug aan de wonderjaren bij KV Mechelen? "Ik kan niet anders, want ik word er nog voortdurend mee geconfronteerd. Overal waar ik kom, word ik er over aangesproken en dat terwijl het toch al twintig jaar geleden is. Onvoorstelbaar toch? Dat bewijst nog maar een wat voor een unieke prestatie we toen hebben neergezet door met een provinciale club de Europese beker te winnen." Klopt het dat de jongste speler bij Malinois voor elke Europese wedstrijd onder tafel moest kruipen en hond moest imiteren en in iedereen zijn benen bijten? (droog) "Ja, uit bijgeloof. Ik geloof dat Polleke de Mesmaeker of Alain Denil daarmee begonnen was en op de duur werd dat een traditie voor elke Europacup-match, al wist niemand vooraf wie de hond ging spelen en wie gebeten zou worden." U bent sindsdien enkel nog aan de slag geweest als trainer in het Midden-Oosten. Gaat u ooit nog terug in onze contreien aan de slag? "Als er een interessante aanbieding in de bus valt wel. Maakt niet uit bij welke club: als er een goede filosofie achter schuilgaat en er valt iets van te maken, zie ik dat zeker zitten. Maar voor hetzelfde geld zit ik binnenkort ook terug in het Midden-Oosten, hoor. Want daar heb ik toch een beetje mijn hart verloren. Ach, ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan en ga dat nu ook niet doen: ik zie wel wat op me afkomt. Voorlopig amuseer ik me mateloos met het makelaarsbedrijf van mijn dochter, waarvoor ik veel jeugdwedstrijden bekijk. Maar ergens blijft het toch kriebelen om weer als trainer aan de slag te gaan. Er bestaat immers geen grotere kick dan als trainer op de bank zitten na het winnen van een slechte wedstrijd."
|